Dansen met Djuna - Woody Allen's Midnight in Paris

Film: Midnight in Paris (2011).
Script & regie: Woody Allen.
Verhaal: scenarioschrijver Gil Pender ambieert het vrije kunstenaarschap (als romancier) en vermoedt dat hij in Parijs in staat zal zijn dat nieuwe leven te beginnen. Als hij met zijn aanstaande vrouw, Inez, en zijn aanstaande tea party schoonouders, John & Helen, in Parijs is, komt hij op een back to the future achtige manier terecht in het Parijs van de jaren twintig. Waarna Pender blijft pendelen tussen toen en nu en toen.

Gezapig uitgangspunt: ja. Verkleedpartijtje.

En: er komen wel heel veel modernistische helden langs, Zelda en F. Scott Fitzgerald, T.S. Eliot, Djuna Barnes, Man Ray, Luis Buñuel, Jean Cocteau, Salvador Dali, Hemingway, Faulkner, Gertrude Stein, Pablo Picasso. En allemaal als karikaturen. O, ja: Cole Porter feest ook mee.

Grappig dialoogje tussen Hemingway en Pender:
‘Jaag je?’
‘Alleen op koopjes.’

Wat Gil leert in de film: is dat hij niet alleen moet breken met het verstikkende heden – in casu zijn lekkere (zijn term), maar materialistische en geborneerde vriendin (heerlijke jurken en blouses, meestal met een brede riem eromheen) en haar – say hi to Trotsky – dito ouders (en dat dito slaat dan op het materialistische en geborneerde, mind you) -, maar ook met het verleden en dan vooral met de zekerheden van veilige, gecanoniseerde kunst(enaars). Hij kiest voor de toekomst – en de toekomst heeft een spleetje tussen haar tanden (net als Paradis).

In één van de sequenties die in het verleden spelen, zakken we nog dieper af, naar het (de) Belle Époque waar Pender een epifany krijgt (ook een modernistische uitvinding trouwens): nostalgie is escapisme. Nou, fijn, maar als je dat na je veertigste nog niet wist ben je het protagonistschap eigenlijk niet waard. Vervolgens leert Gil, terug in de jaren twintig van de twintigste eeuw, dankzij Gertrude Stein en Ernest Hemingway dat hij moet breken met zijn vriendin.

Irritant: de kritiekloze bewondering voor de helden van het Modernisme. En dan dus nog niet eens voor hun werk, maar voor hun verschijning. Niet de mens achter, maar de mens voor het werk.

Leuk moment: bezopen Hemingway die, fles in de hand, zijn blik laat rondgaan in een gezelschap en roept: ‘Wie wil er vechten?’

En: Pender/Wilson aan tafel bij Dalí, gespeeld door Wes Anderson's Darjeeling Limited (2007)-held Adrien Brody. Een karikatuur van de Dali karikaturen, en dan is het weer leuk. Helemaal omdat Wilson en Brody in Darjeeling broers zijn, waardoor je even de sensatie hebt dat zij als broers zitten te geinen. Als deze opmerking nog enige sense maakt.

Niet helemaal geloofwaardig: volgens mij hebben Amerikaanse veertigers andere, of in ieder geval ook andere, literaire en picturale helden dan die Pender vereert. Pender heeft de ziel van iemand die geboren is in de jaren dertig van de twintigste eeuw.

Eindoordeel: goh, ik wist niet dat Parijs zo’n romantische stad is, wat moet dat heerlijk zijn om zo langs de Seine te flaneren. Twee sigarettenpijpjes (2/5).

Want: prima voor een zondagmiddagje vergetelheid, maar niet echt grappig of bijtend of virtuoos. Allen is op zijn best als hij zijn (verbale) agressie alle ruimte geeft en wanneer de omstandigheden zijn personages vermalen, hoe tragischer hoe komischer.

Triviaal: voor de film begon moest ik - moesten wij, het publiek - een tijdje naar het witte doek staren ('we wachten nog even op de machinist') en ik vond de spanning van het wachten bijna niet te harden, dat zegt toch wel iets over de kwaliteit van het werk dat Allen in het verleden heeft gemaakt, je verwacht zo'n mooie film dat je popelt om iedere meter cellulitis, ik bedoel celluloid te zien.

Geruststelling: Allen is bezig met de postproductie van The Bop Decameron die is aangekondigd voor 2012 (starring: Penélope Cruz) en die vast weer heel goed wordt.

Ooit is Woody Allen (1935) niet meer onder ons. En de vraag is dan: wie speelt Woody Allen als Allen zelf Allen niet meer speelt? Het antwoord zou kunnen luiden: Owen Wilson, mits hij een paar graadjes meer agressie toont. Bij Allen's Allen-achtige personages geloofde je de neurosen en de existentiële paniek, bij Owen Wilson's personage heb je het gevoel dat hij zich aanstelt als hij over valium begint. Dat is jammer, want Allen's thema is onvrede van de (gepriviligeerde) hogere middenklasse - misschien is comfort wel de vijand van geluk en dat is goed om te weten, maar Allen's personages zijn vooral interessant wanneer ze doordraaien omdat ze niet weten waar ze de bondgenoot van eventueel geluk moeten zoeken.

Luister naar: die gitaarmuziek die af en toe klinkt in de film.

Vreemd: mooi gedaan die filmposter en functioneel ook (droom en werkelijkheid lopen in de film door elkaar, net als op de poster: kunst kleurt de manier waarop je de werkelijkheid waarneemt), alleen waarom een schilderij van Van Gogh? Omdat hij bekend is, dat begrijp ik. Maar in de film spiegelt de protagonist, Gil, zich aan de jaren twintig van de vorige eeuw. En weliswaar belanden we in Midnight etc ook in de belle epoque, maar Vincent ging volgens mij zo'n beetje de pijp uit toen dat tijdperk aanbrak. Maar, maar... wacht eens even... het is toch niet gedaan uit commerciële overwegingen?... omdat Van Gogh altijd veel publiek trekt... er zijn toch geen valse verwachtingen gewekt om ons naar de bioscoop te lokken...?

'Zo eng moet je het niet zien.'
'Ja, ja: Van Gogh hoort nu eenmaal tot de kunstenaars die Penders beeld van Parijs hebben gekleurd, het zal best, maar van Gogh komt zelfs niet ter sprake in de film.'

Over F. Scott Fitzgerald gesproken: The Great Gatsby is een sterk boek, maar Tender is the Night (1934) is nog veel hartverscheurender, TITN is een meesterwerk dat een slimme uitgever perpetueel leverbaar zou moeten hebben, ook in Nederlandse vertaling bedoel ik.

Verwant:
Gemiste kansen.
Exercices de style.
Bloed pissen.


Affiche: IMDB.